waarschuwing voor de scheepvaart


waarschuwing voor de scheepvaart

Moeders gezicht wordt langzaam wit


Tekst Paul en Betty Temming

Waarschuwing voor de watersport, binnenvaart en recreatie.
Opgesteld door het KNMI op maandag 02 mei 2005 om 09.55 uur.
WIND(STOTEN)
Een gebied met zware regen- en onweersbuien boven Zeeland trekt de komende uren snel over de westelijke kustprovincies naar het noordoosten. Watersporters in deze gebieden moeten tijdens de buien rekening houden met zware windstoten tot 45 knopen (85 km/uur),overeenkomend met kracht 9.
Volgend bericht: 12.00 uur

Iedereen zit aan de marifoon gekluisterd als het weerbericht wordt uitgezonden. Vooral als het wat onstabiel is, is het weer een hot item. Het weer op het Wad is een verhaal apart. Opvallend is dat het er eigenlijk altijd waait en dat de weersomstandigheden op de Waddenzee heel snel kunnen veranderen. Waait het hard, dan staat iedereen op de steiger of op de kant zich af te vragen: gaan we wel, of gaan we niet? Speciaal op de Waddenzee speelt deze gedachte door ieders hoofd, want als ik nú niet ga, dan mis ik het tij: als ik wacht is de wind misschien wat afgezwakt. Wat doet de buurman, wil die idioot écht weg? Moet ik straks écht voor hem verhalen? Allemaal vragen die ons door het hoofd spoken. Op de eilanden liggen de havens behoorlijk beschut. Zeker bij wind uit noordelijke richting lijkt het in de haven allemaal nog wel mee te vallen. Eenmaal buiten blijkt de stront van de dijk te waaien! Wanneer de ene schipper besluit verwaaid in de haven te blijven liggen, vaart een ander nog ongereefd het Wad op. Iedere schipper stelt zijn eigen normen. Beiden kunnen goed en verantwoord hebben beslist, algemene normen zijn er niet.


Volkswijsheden

Door de eeuwen heen hebben zeelieden, boeren en burgers getracht op de basis van persoonlijke ervaringen en volkswijsheden het weer te voorspellen. Het was een curieus mengsel van gezond verstand en veel bijgeloof. Helaas zat men er maar al te vaak naast. Door gebrek aan communicatie wist men niet wat zich áchter de horizon afspeelde. Vaak werden deze beste lieden verrast door onverwachte stormen.


Komt wind voor regen,
dan is er niets aan gelegen;
Doch komt regen voor wind,
berg dan de zeilen gezwind.


Tot rond 1840 hanteerden zeelieden voor de windkracht hun eigen aanduidingen, die van vader op zoon werden overgeleverd. Wanneer Piet van de Brandaris nu zou zeggen ‘Mijn moeders gezicht begint langzaam wit te worden’ is het voor ons schippers op het Wad geen vanzelfsprekendheid dat wij het grootzeil maar eens moeten gaan reven. De in Ierland geboren schout bij nacht Sir Francis Beaufort (1774-1857) was de eerste die orde in de chaos van benamingen bracht. Hij bedacht een windschaal die is gebaseerd op de hoeveelheid zeil die een groot schip kan voeren bij een zwakke bries, storm of orkaan. De winddruk werd uitgedrukt in kilogram per vierkante meter. De schaal geldt dus voor de druk van de wind. Het had weinig gescheeld of schaal van Sir Francis had niet bestaan. In 1795 verdronk hij namelijk bijna in de haven van Portsmouth. Deze bijna-dood ervaring zou hem uitgedaagd hebben tot zijn latere prestaties, waaronder de uitwerking van de windschaal.

Het uitwerken van de verschillende waarnemingen tot betrouwbare informatie heeft door de eeuwen heen altijd voor problemen gezorgd. Een voorbeeld hiervan is de techniek waarbij de windsnelheid geschat wordt aan de hand van de zeilvoering. Deze techniek is bijvoorbeeld gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw gebruikt aan boord van grote, dwarsscheeps getuigde zeilschepen. Hoewel er voor dit doel al een internationale schaal voorhanden was, de ‘oude’ schaal van Beaufort, bleek dat bij deze schaalnummers van Beaufort soms een verschillende zeilvoering werd geadviseerd. Een betere techniek was de ‘moderne’ schaal van Beaufort die de windsnelheid schat aan de hand van het uiterlijk van de golven. Admiraal William Peterson beschrijft rond 1900 de gevolgen van de wind boven zee. Korte kleine golven bij een zwakke wind kracht 2 en een lucht vol schuim en verwaaid zeewater bij orkaankracht 12. Deze methode wordt ook vandaag de dag nog gebruikt. 

De ‘oude’ schaal van Beaufort spreekt niet over windsnelheden. De schaal beschrijft het gedrag van een volschip, zeilend aan de wind. De waarden 0 t/m 4 vertellen iets over de vaart die het schip loopt door het water, met alle zeilen bijgezet. Bij de waarden 5 t/m 9 wordt telkens weer zeil weggenomen. En van 10 t/m 12 spreken we van overleven. Naast de schaal van Beaufort hanteren wij aan boord voornamelijk de ‘schaal van Isis’. Bij die wind en die koers hijsen we die zeilen.


De geboorte van de wind


wind (de ~ (m.), ~en)

1 voelbare horizontale luchtstroming in de dampkring => koelte

2 hoeveelheid gassen die men uit de ingewanden laat ontsnappen => buikwind, darmgas, flatus, poepie, poepje, scheet


De zeeën en oceanen nemen driekwart van het aardoppervlak in beslag. Op die zeeën wordt het weer voornamelijk bepaald, depressies met regen en wind worden meestal dáár geboren. In de overgangsgebieden waar land en water elkaar ontmoeten, komen bijzondere natuurverschijnselen voor. Een plotselinge koele zeewind op een warme dag, mist, de vorming van buien of gevaarlijke stormen en stormvloed.


Storm wordt veroorzaakt door diepe depressies, maar de kracht van de storm hangt vooral af van de plaats en de koers van het lagedrukgebied. Trekt de kern van de depressie op grote afstand ten noorden van ons land langs, dan wordt de storm in de regel niet zwaar, maar kan het wel geruime tijd stormachtig en regenachtig weer zijn. Een stormdepressie of randstoring die dicht langs of over ons land trekt, kan wel aanleiding geven tot een zware storm. Bij een stormachtige wind of windkracht 8 op de schaal van Beaufort ligt de windsnelheid gemiddeld over tien minuten tussen 17 en 21 meter per seconde (62 tot 74 kilometer per uur). In windvlagen neemt de kracht van de wind in korte tijd nog heviger toe. Bij vlagen van meer dan 100 kilometer per uur wordt een waarschuwing voor zeer zware windstoten gegeven.


In Nederland komen de meeste en hevigste stromen voor tussen oktober tot maart. ’s Winters duurt een storm meestal langer dan zomers. Een zomerstorm duurt gemiddeld 9 uur, een winterstorm gemiddeld 15 uur. Heel zware stormen duren over het algemeen langer omdat het een tijd duurt voor de storm zijn maximum bereikt en de wind maar langzaam afneemt.

Hoe hard het exact gaat waaien, is pas een paar uur van tevoren te voorspellen. Naarmate de storm dichterbij komt, wordt het duidelijk met welke windkracht we rekening moeten houden. Wordt het hoogstens een zesje of moeten we rekening houden met 9, 10 of 11 Beaufort. Hier op het Wad tellen wij bij de voorspelling van teletekst en het algemene Nederlandse weerbericht altijd nog maar één à twee krachtjes bij.


De ‘oude’ schaal van Beaufort spreekt niet over windsnelheden. De schaal beschrijft het gedrag van een volschip, zeilend aan de wind. De waarden 0 t/m 4 vertellen iets over de vaart die het schip loopt door het water, met alle zeilen bijgezet. Bij de waarden 5 t/m 9 wordt telkens weer zeil weggenomen. En van 10 t/m 12 spreken we van overleven. Naast de schaal van Beaufort hanteren wij aan boord voornamelijk de ‘schaal van Isis’. Bij die wind en die koers hijsen we die zeilen.

Met de rug in de wind.

Christophorus Henricus Didericus Buys Ballot schreef een ‘wet’:

Bepaal op welk halfrond je staat.
We staan op het noordelijke halfrond.
Ga met je rug naar de wind staan.
Het lagedrukgebied bevind zich dan links van je.
En het hogedrukgebied ligt rechts.

Buys Ballot legde als eerste het verband tussen luchtdruk en hoeveelheid wind. Hij ontwikkelde de aëroklinoscoop, een seinpaal waarmee de drukverschillen konden worden aangegeven. Hoe groter die verschillen in luchtdruk, hoe harder het waait. Zodoende was dit een soort stormwaarschuwingssysteem. Op tal van plaatsen in ons land, voornamelijk bij havens, werden deze seinpalen opgesteld. Nu kon iedereen zien hoeveel wind er werd verwacht. In de loop van de twintigste eeuw hebben de seinpalen plaatsgemaakt voor masten met kegels, ballen, vlaggen en nachtseinen.

Buys Ballot is ook de grondlegger van de weerkaart en daarmee het weerbericht in ons land. Hij nam het initiatief tot de oprichting van een instelling voor internationale samenwerking in de meteorologie en introduceert de weersverwachting van het KNMI.

Het zonovergoten Wad

De zonnegod Ra beheerst de bewegingen van de hemellichamen. Iedere dag vaart hij in zijn zonneboot langs de hemel om 's nachts naar de onderwereld terug te keren. De Waddenzee bevalt hem zeer goed, hij gaat hier vaak voor anker.

Op de Waddenzee schijnt de zon in het voorjaar gemiddeld 75 uur langer dan in het oosten van Nederland. In de zomer is dit wel 100 uur meer. Het komt voor dat de zon op het Wad alleen al in één enkele maand 100 uur langer te zien is dan in het binnenland. Dit is te verklaren doordat de temperatuur van het Noordzeewater in het voorjaar nog relatief koud is en slechts heel langzaam opwarmt. In maart is het water vaak niet warmer dan 7 tot 9 graden en in mei is het nog maar 11 tot 14 graden. De temperatuur op het land loopt vanaf half maart al regelmatig op tot boven de 20 graden. Stapelwolken (cumulus) ontstaan juist boven de warmste gebieden en dat is in het voorjaar en de zomer dus boven het land. De maximale daglengte wordt meestal bereikt rond 21 juni, wanneer de zon van ongeveer half zes 's morgens tot tien uur 's avonds kan schijnen. In noordelijke richting neemt de daglengte sterk toe: op Terschelling duurt de langste dag een half uur langer dan in Zuid-Limburg.




 


| Overzicht | Volgende >>


 

Spiegel der zeilvaart 5


Heb je met zo veel extra uren zon op de Waddenzee nog wel behoefte aan een regenmeter, waarschijnlijk het oudste meteorologisch instrument? De regendans op de Wadden niet erg populair. Het Waddengebied heeft met 180 mm de minste zomerregen tegen ongeveer 215 in Groningen en Overijssel. Vaals in Limburg is met 237 mm de natste plaats in de zomer.


Sublieme Wadvaarkunst


Een beruchte dag, die menig schipper zich nog lang zal herinneren, is 7 juni 1997. Het is een mooie zomerse dag en een lekker zeilweertje. Alarmerende berichten over stormschade en blikseminslagen in het zuiden bereiken ons via de marifoon. De verkeerscentrale Brandaris waarschuwt via kanaal 2. Uitzonderlijk is dat de centrale ook op kanaal 10, wat normaal gesproken alleen voor schip – schip verkeer bestemd is, waarschuwt  voor de aankomende misère. Wij zijn op weg naar Vlieland en besluiten de zeilen te strijken en de motor te starten. Dit is één van die momenten dat je echt zo snel mogelijk moet maken dat je van het water afkomt. Iedereen om ons heen heeft dezelfde gedachte. Voor dat de hel los barst, leggen we veilig en wel aan. In de haven is het een drukte van belang; overal worden extra trossen en lijnen gezet en de zeilen worden nog eens extra geborgen. Er heerst een opgewonden stemming.

Vanuit het zuidwesten nadert een zeer indrukwekkende en onheilspellende lucht. Een donkere lucht met eronder een witte rafelige wolk komt snel opzetten! Het is duidelijk dat het ‘menens’ wordt! De zuidzuidoostelijke wind is al flink toegenomen, deze keer dus geen stilte voor de storm. De wolk komt als een dikke golf op ons af en een geweldige windvlaag komt toch nog totaal onverwacht uit het oosten over ons heen. Stof en zand van de droog liggende zandbanken vullen de lucht en benemen ons de adem. De wind draait in luttele seconden naar zuidwest en schiet door naar orkaankracht! Het regent en waait zo hard dat je alle gevoel voor richting verliest. Tijdens dit natuurgeweld staan we op het havenhoofd en schuilen achter één van de palen. Net voor de wolk ons bereikt, komt er nog een tjalk van ruim 20 meter met grote snelheid op het havenhoofd af, met de bedoeling de haven binnen te varen. Plotseling draait het schip met geweld 180 graden om en schiet, net voor de bui, in volle vaart op de aan de overkant gelegen droge zandbank. Deze schipper heeft op het juiste moment besloten de haven niet binnen te varen. Dit heeft zeker een heleboel schade voorkomen. Het is overduidelijk een voorbeeld van sublieme Wadvaarkunst. Na een half uur neemt de wind af, nu westelijk kracht 5, en het is zeker 10 graden afgekoeld. Er was wel een regenintensiteit van 40 mm/uur. Veel watersporters kwamen die zaterdag in de problemen. Er waren in Nederland verscheidene slachtoffers onder de watersporters te betreuren nadat ze door de extreem zware windstoten waren verrast. De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) ontving in twee uur tijd maar liefst honderd noodoproepen.





Overlevingskansen


Volgens de KNRM is uit deze dag de volgende belangrijke les te leren.

Luister naar de weerberichten. Niet alleen de dag van tevoren, maar ook op de dag zelf. Laat de marifoon altijd bij staan. Op het westelijke Wad altijd op kanaal 2 en op het oostelijk Wad kanaal 5. Houd ook kanaal 10 in de gaten, zodat stormwaarschuwingen gehoord kunnen worden. Neem waarschuwingen altijd serieus, al zien de weersomstandigheden er nog niet alarmerend uit. Onweer kan er binnen de kortste keren zijn. Op 7 juni hadden veel mensen het slechte weer niet eens zien aankomen, laat staan dat ze de weerberichten hadden gehoord. Ken de marifoonprocedures. Heb je een marifoon aan boord, zorg dan dat iedereen ermee overweg kan. Juist in noodsituaties moet de bediening van de marifoon routinewerk zijn. Op 7 juni werd het marifoonverkeer meer dan eens geblokkeerd door mensen die zonder kennis van zaken constant op kanaal 16 bleven roepen. Oproepen duurden ook langer dan noodzakelijk. Draag een reddingvest. Wie overboord slaat of bij het kapseizen van de boot in het water terecht komt, heeft de meeste overlevingskansen met een reddingvest aan. Kies een goedgekeurd reddingvest met een vast of opblaasbaar drijflichaam. Let op het CE-keurmerk aan de binnenzijde en kies altijd een 150N of 275N reddingvest, afhankelijk van het vaargebied en de hoeveelheid kleding die je onder het vest draagt.

Leer te handelen in noodsituaties. Wie veel vaart zou regelmatig zichzelf en de bemanning moeten oefenen in het handelen bij noodsituaties. Gooi eens een stootwil overboord en probeer die zo snel mogelijk weer op te pikken. Laat de hele bemanning dat eens doen. Spring je met mooi weer wel eens over boord om te zwemmen, laat je dan eens opvissen door de bemanning, zonder mee te werken. Weet iedereen aan boord wel hoe de motor gestart moet worden, of hoe je het schip kunt stilleggen? Er zijn talloze situaties te bedenken waarbij snel handelen levensreddend is. Ook hierbij geldt: oefening baart kunst.


Weer op het Wad


Windkracht vier is op de onbeschutte Waddenzee al gauw een aardige bries. De hoeveelheid wind en vooral de richting zijn bepalend voor het uitstippelen van de route en de bestemming op de Waddenzee. Bezeilde koersen zijn met een harde wind en buiten de diepe geulen vaak nog prima te doen. Er staat nagenoeg geen golfslag en er is altijd wel een beschut plekje te vinden. Ga je echter met een te hoge snelheid over de ondieptes dan bestaat het gevaar dat je ‘uit je roer’ loopt. Door de voorwaartse snelheid druk je het water naar voren, er ontstaat een boeggolf. Achter het schip ontstaat een ‘kuil’. Het water wil via de zijkanten en óók onder het schip door naar de ‘kuil’ lopen. Bij ondieptes loopt er nog maar weinig of geen water onder het schip zodat de ‘kuil’ ook gevuld wordt door water van achteren. Langs het roer ontstaat dus een ‘stroomstilte’ waardoor het roer geen functie meer heeft en het schip onbestuurbaar wordt. Met vol tuig over de banken raggen is dan wel erg spannend! Een tweede gevaar schuilt in het met hoge snelheid over ondieptes varen. Normaal gesproken wordt de winddruk omgezet in snelheid. Met geweld probeer je over je eigen boeggolf heen te varen, het water kan niet snel genoeg weg. Als er weinig water staat, zal de snelheid dus beduidend afnemen. Alle krachten die normaal gesproken in voorwaartse snelheid worden omgezet, kunnen nergens heen en zullen zich op de zeilen en masten storten. Averij is dan zeker niet ondenkbaar.


Bij niet-bezeilde koersten heb je op de Waddenzee met meer factoren te maken dan op water als het IJsselmeer. Wil je met een Oostelijke wind van Terschelling naar Ameland, dan moet je er rekening mee houden dat je met voornamelijk tegenwind door smalle geultjes en over ondieptes moet kruisen. Als gevolg van de windrichting zal de waterstand zeker lager zijn dan verwacht; de wind uit het Oosten houdt dan de vloedstroom tegen die van West naar Oost loopt. Hoe minder wind er staat, hoe belangrijker ook de stroomsterkte een rol gaat spelen. Met welke windkracht kom je niet meer tegen de stroming in?

Ook als er meer wind staat kan de stroming je parten spelen. De Meep opkruisen tegen de stroom in is niet altijd even leuk. Flinke golven en een sterke stroming maken van een mooie hoogaandewindse slag een fiasco. Omdat de sterke stroming je iedere keer weer terugzet kan het zijn dat je niets opschiet, sterker nog je komt steeds verder van je doel vandaan.


 

In tegenstelling tot de idyllische rustige geultjes en prieltjes herbergen de zeegaten tussen de eilanden soms woeste helse zeemonsters. Al vanaf windkracht 5 en vooral ook wanneer ‘wind tegen stroom’ blaast komen deze boosaardige wezens te voorschijn. Hun favoriet zijn de winden uit Noordelijke richtingen. Dikke rollers, grote kuilen en grondzeeën zijn dan heel gewoon. Bij deze omstandigheden kun je de zeegaten beter mijden. Kies liever een alternatieve route, over de banken onder Vlieland is een veel betere keuze dan door het Schuitengat. Ook als de wind is afgenomen kan de golfslag nog hevig zijn. De verkeerscentrale Brandaris en de verkeerspost Schiermonnikoog melden tijdens ieder weerbericht ook de golfhoogtes in hun gebied.

Een bijzondere wind op het Wad is de beruchte veerbootwind. Aan lijzijde van deze grote windvanger valt alle wind opeens weg. Een goede remedie tegen de pijnlijke gevolgen van deze wind is een met zachte stof beklede giek.

 



 

Ode aan de Waddenzee

Het mooiste natuurschoon, de meeste zon, de minste regen, langer licht en altijd wind,

Wat kan een zeiler zich nog meer wensen!



 



Klipper Isis Tags



Nieuwsbrief aanvraag
Disclaimer Privacy statement