Tijd voor getij

Tijd voor getij

Er staan 1639 tonnen op het Wad


Wie kent het niet; je vaart toch zeker nog anderhalve mijl van een tonnetje vandaan en tóch moet je een paar minuten later je uiterste best doen om die grote, dikke, vette rode, vier ton wegende met lampen en toeters en bellen versierde ton, met je 240 pk dieselslurpende krachtpatser op vol vermogen, nog net te ontwijken. Wie kent het niet; heb je die ton wel gezien? De vraagsteller geeft de stuurman meestal ruimschoots de tijd om actie te ondernemen. Ruim 1 promille seconde om te reageren heeft hij meestal wel, een bijna-hartinfarct ook.

 In de Noordzee bevinden zich na het Pleistoceen grote zandmassa's. Deze zijn daar in de ijstijd door de rivieren uit het zuiden en door het ijs uit het noorden heen gestuwd. Golven en stroming brachten dit zand in de richting van de kust. Ongeveer vijfduizend jaar geleden ontstaan hieruit zandbanken en strandwallen, gescheiden door diepe geulen.

In de derde eeuw voor Christus brengt Aristoteles de getijbeweging al in verband met de maan. Plinius de Oudere geeft in 42 na Christus een vrij nauwkeurige beschrijving van het verschijnsel in relatie tot de maan én de zon. De oudst bewaard gebleven getijtafels zijn van een Engelse monnik uit de dertiende eeuw, maar de getijdevoorspellingen bestaan ontgetwijfeld sinds de prehistorie.

tijd (de ~ (m.), ~en)
1 grootheid van de voortgang en opeenvolging van de gebeurtenissen als een ononderbroken stroom
2 geregeld terugkerende tijdruimte of tijdstip waarin bepaalde verschijnselen optreden.


Het woord getij is, evenals het engelse woord ‘tide’ en het Duitse woord ‘Gezeiten’, afgeleid van het woord ‘tijd’. Het getij is onlosmakelijk verbonden met de tijd. Dat is logisch als we bedenken dat de basis van de getijbeweging ligt bij de bewegingen van de maan en de zon om de aarde. Aangezien de bewegingen van deze twee hemellichamen zeer constant zijn, is het ritme van eb en vloed ook zeer constant.

Eb en (in)vloed

De maan heeft de grootste invloed op het getij. Door de aantrekkingskracht van de maan ontstaat een hoge waterstand aan de kant van de aarde waar de maan staat. Aan de andere kant ontstaat ook een hoge waterstand, maar dit heeft te maken met de beweging van de maan en de aarde om elkaar heen. Zoals vaak gedacht wordt, draait de maan niet simpelweg om de aarde, maar draaien de maan en de aarde om een gemeenschappelijk punt, dat niet in het midden van de aarde ligt. Hierdoor wordt het water als het ware van de aarde afgeslingerd. Omdat de aarde intussen ook zelf ronddraait, verplaatst de verhoogde waterstand zich over de aarde. Op een vaste plek langs de kust zou je daarom twee keer per dag hoog- en twee keer laagwater op een vaste tijd verwachten. Door de rotatie van de aarde en de maan om het gemeenschappelijk punt schuift het moment van hoog- en laagwater elke dag ongeveer 50 minuten naar voren. De periode tussen hoogwater en laagwater wordt eb genoemd en tussen laagwater en hoogwater vloed.
Naast de maan heeft de zon ook een grote invloed op het getij. Als de zon en de maan op één lijn met de aarde staan, wordt er extra hard aan het water getrokken. Hierdoor ontstaat extra hoog water en extra laag water. Dit heet springtij. Als de zon en de maan elkaar tegenwerken, doordat de zon haaks op de aarde en maan staat, is het water minder hoog en minder laag. Dit heet doodtij.

Zonder eilanden geen Waddenzee.

Het belangrijkste kenmerk van de Waddenzee is de enorme verplaatsing van het water tijdens eb en vloed; wel 4 miljard kubieke meter (4.000.000.000.000 liter) water. Twee keer per dag valt het grootste deel van de Waddenzee droog, terwijl het gebied tijdens vloed vrijwel helemaal onder water staat. Bij de getijdenwisseling voeren de enorme hoeveelheden water ook zand, slib, plankton en allerlei andere voedingsstoffen mee. Het Wad is daardoor zeer rijk aan voedsel voor vele diersoorten.

Het Waddengebied bestaat uit de Waddenzee en de Waddeneilanden. Zonder eilanden zou er geen Waddenzee bestaan. De Waddeneilanden remmen de golven uit de Noordzee af en hinderen de grote vloedstromen en bepalen zo voor een heel groot deel het Waddengebied. Zou de Friese- en Groningse kust er zonder de eilanden net zo uitzien als de Hollandse kust?

Het water staat zelden stil

Tijdens de vloed stromen de zandplaten onder water. Tijdens eb vindt het omgekeerde plaats, de hoge zandplaten vallen dan droog. Hoe lang het eb of vloed is kun, wanneer je dit niet aan je botten kunt voelen, bekijken in een ‘getijkromme’. Bij Terschelling bijvoorbeeld is het gemiddeld 6 uur en 16 minuten opkomend (vloed) en 6 uur en 9 minuten afgaand (eb). In Harlingen duurt het gemiddeld 5 uur en 0 minuten voordat het water op zijn hoogst is, maar 7 uur en 29 minuten voordat het weer laagwater is. Het is in Harlingen dus veel langer eb dan vloed.

De vloedgolf komt vanuit het zuiden richting de Nederlandse kust en de Waddenzee. Hoe dieper de zee, hoe meer bewegingsvrijheid het water heeft. Op de oceaan is er bijna geen verschil tussen de tijdsduur van eb en vloed. De Waddenzee is natuurlijk veel ondieper dan de oceaan. Door de enorme stuwende kracht van de Noordzee wordt het water tussen de eilanden door, richting Harlingen geperst. Het water ondervindt veel weerstand van de zeer ondiepe Waddenzee. Als na de vloed het water met eb weer terug moet, dan is de stuwende kracht van de Noordzee niet aanwezig, maar de weerstand van de bodem natuurlijk nog wel. Eb doet er daarom veel langer over om het water weg te krijgen dan de vloed erover doet om het water binnen te krijgen. Bij springtij duurt de vloed net even iets langer en bij eb net even iets korter dan bij doodtij. Omdat de massa water op de Waddenzee tijdens springtij groter is dan bij doodtij. Dit is in de getijkromme duidelijk te zien.

Niet alleen de natuur maar ook de mens heeft een sterke invloed op de getijdenbeweging op de Waddenzee. De twee meest ingrijpende wijzigingen zijn de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 en de Lauwerszee in 1969. Bovendien is door de aanleg van dijken het getijdengebied tussen de waddeneilanden en het vasteland verkleind. Dit heeft invloed op de stroomsnelheid van het water; de snelheid is hierdoor afgenomen.



<< Vorige | Overzicht | Volgende >>


Op stroom



Ja, het kan heel hard stromen op het Wad. Hoe snel het stroomt kun je
lezen in een Stroomatlas. Op deze overzichtskaarten geven de pijlen de
stroomrichting en snelheid aan. Kijk je bijvoorbeeld bij ‘4 uur voor
hoogwater Harlingen’ dan zie je dat er op dat tijdstip tussen
Terschelling en Vlieland op het Schuitegat wel meer dan 2 knopen stroom
staat. Kom je dichter bij het vaste land dan zie je dat de stroomsterke
beduidend afneemt. Dit geldt zeker ook op die plaatsen op het Wad waar
twee vloedstromen elkaar tegenkomen; dit heet een wantij.



Ook aan de tonnen kun je zien hoe hard het stroomd. Het lijkt of ze met
een heel hoge snelheid door het water worden gesleurd. Zelf zeil je met
ik weet niet hoeveel m2 zeil omhoog, maar het lukt je niet om de ton in
te halen. Je realiseert je pas écht hoe hard het stroomt als je van
dichtbij dit verschijnsel ziet, mooi en indrukwekkend. Hoe langer we
varen hoe meer respect we krijgen voor de kracht van de massa water die
komt en gaat. We kunnen en willen niet zonder de bakens op zee. Maar,
tot het Ministerie van Verkeer en Waterstaat besluit om ze van een
zacht en donzig fluorescerend materiaal te maken, blijven we ze zeker
op stromend water met de grootst mogelijke voorzichtigheid benaderen.



Op stroom varen en er mee spelen is fantastisch. Het geeft het varen
een extra dimensie; stroom mee, dan schiet het lekker op, stroom tegen,
dan duurt de dag lekker lang. Het Waddenspel is een kwestie van
plannen. Om de reis zo te plannen dat je bijna alleen stroom mee hebt,
is een uitdaging en leuk en interessant om uit te zoeken. De
stroomatlas is hierbij een hulpmiddel. Een eenvoudige stroomatlas is
opgenomen in het waterstandenboek HP 33. De ‘bijbel’ voor het Wad.



Het zachte bed




Neem bijvoorbeeld eens de tocht van Terschelling naar Texel. Wanneer je
op het juiste tijdstip vertrekt kun je er voor zorgen dat je zo min
mogelijk stroom tegen hebt. Dit is niet makkelijk; waait het net wat
harder dan ben je te vroeg, is er minder wind dan verwacht dan ben je
te laat om van de optimale stroom te kunnen profiteren.





Die gedeeltes van de route waar je de stroom tegen hebt maak je zo veel
mogelijk gebruik van de ‘binnenbochten’, hier staat minder stroom dan
in de ‘buitenbocht’. Je vaart dan zo veel mogelijk buiten de
stroomdraad. Of nog mooier, je gaat stukken afsteken. Je laat die
zorgvuldig geplaatste tonnen allemaal links liggen en scharrelt over de
zandbanken waar mogelijk. Op de banken staat ten slotte minder stroming
dan in de geulen. Wanneer het je lukt om omstreeks hoogwater in de
buurt van het Scheurrak Omdraai te zijn - de naam doet al vermoeden dat
de stroomrichting hier zal omdraaien - dan zit je goed. Hier ontmoeten
namelijk de vloedstroom vanaf de Texelstroom en de vloedstroom van het
Inschot elkaar. Vanaf dit punt wil je namelijk de ebstroom richting
Texel mee hebben.



Voor de planning van de tocht zul je er voor moeten zorgen omstreeks
‘hoogwater Kornwerderzand’ op het Scheurrak te zijn. Je hebt dan het
grootste deel van de tocht de vloedstroom mee gehad. Als het om
bijvoorbeeld 14.00 uur hoogwater is in Kornwerderzand dan zul je moeten
inschatten hoe laat je van Terschelling vertrekt. Afhankelijk van je
route, door het Schuitengat of door het Slenkje, bereken je het aantal
mijlen en afhankelijk van de wind en de stroomsnelheid de te verwachten
gemiddelde snelheid. Voor een afstand van vijftien mijl met een
snelheid van 5 knopen ga je uit van drie uur varen tot op het
Scheurrak. Om tien uur ontbijt, om elf uur vertrek.



Nu wordt de tocht werkelijk interessant. Ga je over het Zachte bed? Of
volg je liever de betonde geul die met nauwkeurige precisie door
Rijkswaterstaat is neergelegd? Afhankelijk van de diepte van je schip
en het moment dat je voor deze keuze staat ga je wel of niet
experimenteren. Komt het water nog een beetje, of loopt het al weg? De
tonnen zijn dan ideale referentiepunten; aan de tonnen kun heel goed
zien welke richting de stroom op loopt en hoe hard het nog stroomt. Dit
is niet op je GPS te zien.



Aan de hand van je kompas kun je bepalen welke richting het opstroomd,
heb je te maken met een vloed- of een ebstroom. Dit kun je zien in je
stroomatlas. Komt het nog op, dan kun je nog rustig experimenteren;
stroomt het al weg, wees dan heel voorzichtig. Met hoog water vast
lopen is dan het risico…!

Ben je voor 14.00 uur al over het Scheurrak dan heb je de vloedstroom
vanaf Texel nog tegen. Weldra zal de ebstroom je met hoge snelheid
richting Oude Schild meevoeren.



Zeventig pannenkoekschepen en 1639 tonnen te koop




 Voor m’n ogen voltrekt zich een wonder. Zwoele zomerdag, voor anker op
het Hornhuizerwad. Langzaam daalt de waterspiegel, er cirkelen steeds
meer vogels in de buurt, Geultjes en prieltjes worden zichtbaar, ik ben
geen poëet, maar de schoonheid van deze nieuw geboren woestijn toont
zich aan mij. Tijd voor een mooie wandeling, maar denk er aan: voor je
het weet moet je weer terug waden naar je schip. Een riskante
onderneming. De stroming van het opkomende water is verraderlijk, de
net nog droge bodem leek erg vlak maar heeft toch hier en daar een kuil
en het schip ligt toch nog net iets verder dan je dacht. Het schip
begint zelfs al te drijven, draait om zijn anker en jij moet nog 100
meter waden! Heb ik wel genoeg ketting gestoken? Heb ik überhaupt wel
een anker uitgebracht? Lichte paniek maakt zich van je meester. De
stroming wordt steeds sterker, nog 50 meter, nog ….. en ja hoor je bent
weer aan boord. Een ervaring die voor zich spreekt.

Het water gaat, en wonderbaarlijk genoeg, het komt ook weer. En zo gaat
dit dag in dag uit, jaar in en jaar uit, eeuw in en eeuw uit. Stel eens
voor dat we op een mooie zwoele zomerdag met z’n allen zijn
drooggevallen op het Wad en het water komt niet meer op! Als de maan en
de zon plotseling besluiten niet meer aan het water te trekken, gewoon
omdat ze er even genoeg van hebben…. Dan zullen zeventig traditionele
schepen weer een nieuwe invulling aan hun bestaan moeten gaan geven;
van ex-vrachtschip naar ex-passagiersschip naar pannenkoekschip?
Jachteigenaren worden vakantiehuisbezitter en alle 1639 tonnen die
momenteel dienst doen op het Wad kunnen worden verkocht. De
mogelijkheid bestaat dat de politiek zal beslissen dat dit geen optie
is; al deze nostalgische tonnen moeten worden beschermd en voor het
nageslacht behouden blijven als cultureel erfgoed.



Gewoon lekker scharrelen




Speelt de stroming met mij of ik met haar? Het leren om van de stroming
gebruik te maken is een vak apart en als je het onder de knie hebt een
echte kick. Tijdens de Praktijkopleidingen Wadvaren delen wij onze
specifieke kennis van het Wad met de deelnemers. We behandelen de
mooiste, veiligste en snelste routes. Waar en wanneer kun je buiten de
geulen en over de banken scharrelen? Wat komt er kijken bij het invaren
van de havens van bijvoorbeeld Terschelling, Vlieland en
Schiermonnikoog? Het optimaal gebruik maken van het getij en de stroom
geeft het Wadvaren die extra dimensie die er voor zorgt dat het
werkelijk nooit verveelt.





Paul en Betty Temming





Klipper Isis Tags



Nieuwsbrief aanvraag
Disclaimer Privacy statement